Biografie Fernand Huard
Fernand Huard is geboren in Fréjus (Var) op 23 september 1948. Door het werk van zijn vader, die beroepsofficier was, verhuist hij veel tijdens zijn jeugd. Na drie dienstjaren in Tahiti, pakt hij in 1971 zijn rugzak, zijn jeu de boulesballen en zijn gitaar en vertrekt..... Zijn reis eindigt in Amsterdam.
In 1977 richt hij zijn eerste band op: Tocsin. Met drummer Frans van der Sluis en basgitarist Marinus Schimmel betreedt hij als gitarist de volgende 5 jaar diverse podia in het land, waaronder die van Paradiso en de Melkweg.
In 1984 verzint Fernand Huard monsieur Boulo, een typisch Frans mannetje, zanger en jeu de boules speler. Zijn plaat Boulomanie wordt gepresenteerd in Casablanca tijdens de Wereldkampioenschappen Pétanque. Délifrance en Citroën gebruiken jarenlang zijn personage voor hun publicitaire doeleinden.
In 1986 vormt hij met pianist Hans Brinkhuis, ex-pianist van Cuby & the Blizzards, duo Chapeau. Het Franstalige repertoire van dit duo met jazzy sound is 10 jaar lang te horen op vernissages, literaire avonden en in de kleinere theaters.
In 1996 ontmoet hij André Vrolijk, telg uit een echt accordeongeslacht; kort daarna is zijn eigen vaste begeleidingsband een feit. Fernand, winnaar van het Concours de la Chanson Française 2000, brengt zijn eerste CD "Sortie" uit en verzorgt daarmee een avondvullend theaterprogramma met veel eigen werk.
In 2001 wordt Fernand benaderd door Philip Freriks. De ontmoeting resulteert uiteindelijk in een tekst-muziekprogramma Ik herinner mij dat 2 seizoenen met veel succes in een groot aantal schouwburgen en theaters heeft gedraaid.
In 2004 is het thema van de boekenweek Gare du Nord. Onder deze titel produceert Fernand Huard een cd-single, waaraan ook Philp Freriks zijn naam verbindt.
In 2005 schrijft Fernand Huard zijn autobiografische muziekprogramma Fransman in de polder. In het programma voert hij zijn publiek mee op zijn levensreis. Eigen composities worden afgewisseld met bekend en minder bekend werk van Franstalige collegas. En juist hierin onderscheidt hij zich van de jongere generatie, want zoals nieuwslezer het ooit zo mooi samenvatte:
Er wordt wel gezegd dat het Franse chanson dood is. Dat zangers, die het leven zelf van tekst en muziek voorzien - in het Frans zo mooi en in één adem 'chanteur-auteur-compositeur' genoemd - een uitgestorven soort is. Dat er niets anders opzit dan te herhalen wat ooit is vastgelegd in eerbied voor het erfgoed en de verdwenen generaties. En dan blijkt plotseling dat het chanson leeft. Dat er nota bene hier in Nederland zo'n chanteur-auteur-compositeur woont en droomt, in tekst en muziek. Een Fransman zo Frans als een chanson kan zijn. Wonend in een heel on-Frans rijtjeshuis, één straat verder dan waar ik geboren ben onder de toren met hetzelfde carillon dat we koesteren in liefde en soms haat als de nacht te kort was. Noem het toeval. Voor mij is het een gelukkige samenloop van omstandigheden. Luister naar hem en ga hem vooral ook zien. Fernand Huard mag zich wettig erfgenaam noemen van een onuitroeibare traditie. Het chanson is dood, zegt men?
Vive la chanson! (Philip Freriks)
|
|
|