Zaagsel
Wie hout zaagt is hout aan het verspanen. Het verspaande hout vinden we onder het zaagraam terug als zaagsel. Zaagsel is voor ons afval. We kunnen er niets mee. Heel af en toe neem ik wat zaagsel mee naar huis voor in het kippenhok.
Vroeger werd er niets weggegooid. In Utrecht werd het zaagsel van de houtzaagmolens gebruikt voor het stoken van de ovens van bakkers. Het zaagsel werd gemengd met hout, takkebossen en houtkrullen. Het zaagsel was een goedkope brandstof. De prijs van het zaagsel was een kwart van gewoon hout.
In 1809 komen er bij de politie klachten binnen en het gebruik van zaagsel wordt verboden. Zaagsel zou een gevaarlijke brandstof zijn. Dat is natuurlijk tegen het zere been van de houtzagers in de stad Utrecht. Het gaat toch al niet goed met de houthandel (in de Franse tijd) en een verbod op de verkoop van zaagsel kost de houtzagers geld.
De Utrechtse houtzagers richten een verzoek aan de burgemeester (Lees hieronder) om het verbod ongedaan te maken. Ze hebben een drietal argumenten. Zaagsel is helemaal geen gevaarlijke brandstof. Integendeel, met zaagsel kun je zelfs een vuur doven. Ten behoeve van de burgemeester willen ze wel een demonstratie geven. Verder is geen enkele stad in het koninkrijk waar het gebruik van zaagsel als brandstof verboden is.
Het laatste argument is opmerkelijk. Wanneer de bakkers geen zaagsel meer mogen gebruiken dan zullen de prijzen van de overige brandstoffen gaan stijgen, 't gene in een gestrenge of koude winter al een voornaam bezwaar voor de[ze] minsvermogende classe van inwoonders uitmaakt. Het leest alsof de Utrechtse houtzagers vooral begaan zijn met de minderbedeelden en minder met de eigen portemonnee.
Zolang wij geen goede bestemming voor ons zaagsel hebben, blijven we het weggooien. Maar mocht U belangstelling hebben. Neem gerust contact met ons op.
Piet van Os
molenaar
|
|
|
|
Uit het archief:
Zij deze requeste in
handen van heeren gecommiteerden
tot de frabicage en teffens in
dezelver qualiteit als mijn meesteren om daarop te
adviseren
Utrecht den 27sten van slagtmaand 1809
[onleesbare handtekening]
Aan den Heere
Burgemeester der stad
Utrecht
Geven met verschuldigde eerbied te kennen, de
ondergetekendens, alle burgers dezen stad en
eigenaars van houtzaagmolens, staande in de
jurisdictie van dien. Dat de supplianten
zedert een geruime tijd gevoelige schadens in de
gemelde hunne affaire moeten ondervinden door
verbod aan de brood en andere bakkers
dezer stad gedaan tegens het gebruiken van
zaagsel tot t heetstoken hunner ovens als maar
door de supplianten niet alleen geheel gepriveerd
zijn van het voordeel dat hunne anders door het
debiet van hetzelve zaagsel onmisbaar aankwam
maar ook vermits hetzelve volstrekt tot geen
ander einde of gebruik kan dienen, in eene niet gerin-
ge gelegenheid gebracht worden op welk eene wijze
zich daarvan te ontdoen invoegen zij lieden binnen
weinig tijds daarvan een grote quantiteit verzamelen
dit hun voor de berging van hout als anders ten
uitterste hinderlijk is en alzo hun bezwaar hier
door nog aanmerkelijk augmenteerd. Daar nu
de supplianten in t zekere vermeenen geinformeerd
te zijn, dat het voorzeijt verbod tegens het bezigen
van zaagsel gestatueerd zijn oorsprong verschuldigd
is aan sommige ongefundeerde klagten, als of
hetzelve eene gevaarlijke brandstoffe ware, door
welke ligtelijk brand zoude kunnen veroorzaakt
worden die deswegens bij de politie dezer stad
zijn ingekomen, zo zij het aan hun supplianten
vergund de ongegrondheid dezer klachten en
geopperde zwarigheden aan te toonen door de volgende
algemeene reflecten, namelijk dat men geen zaagsel
zonder behulp van bijkomende brandstoffe t zij krullen
takkebosschen of anderen kan doen ontbranden zo dat
het zaagsel, na het alvorens behoorlijk gedroogt moet
wezen eerst door die ligt vuurvattende stoffe aan
den brand gemaakt moet worden en het dan alleen
maar diend om eene momenteele hitte aan den oven
te geven welke van andere stof minder onstaat
mochtende men, in de tweede plaats, het zaagsel
wanneer het wel gedroogd en door bijkomende brand-
stoffe aangestoken is, nog geduurig met een ijzere
staf omroeren of zoude hetzelve anders langsaam
uitgaan zelfs ofschoon ook den oven eenigermate
warm mogte wezen terwijl zulks van takkebossen
of krullen niet behoeft te geschieden, nog kan
verwacht worden, hetgene dus naar der
supplianten oordeel een overtijgend bewijs opleverd
dat zaagsel een min periculeuse brandstof is dan
takkebossen of krullen die de bakkers nu moeten
gebruiken waarbij ter verdere wegneming van alle
twijffelingen of bedenkingen nog komt dat zaagsel
wel verre van gevaarlijk in t stooken te zijn, in
tegendeel met vrucht kan dienen om ontstane brand
te blusschen en uit te dooven, gelijk de supllianten
aannemen te bewijzen met een brandende hoop krullen
of takkebosschen daar de vlam reeds uitslaat door
het inwerpen van zaagsel uit te blussen. Alwaaromme
indien zij supllianten wel onderricht zijn nimmer
eenig verbod of keure dienaangaande in de hoofdstad
nog in andere grote steden van het koningrijk
alwaar zig houtzaagmolens bevinden, als den
Haag, Leijden, Rotterdam, Dordracht of elders
geexteerd heeft, maar het zaagsel aldaar door de
bakkers bij continuatie naar verkiezing word
gebezigd tot het heetstoken hunner ovens
weshalven het voor de supplianten des te harder
valt enkel alhier een gedeeltelijk voordeel hunner
vlijt zonder eenige vergoeding te moeten missen
edoch niet slechts dat dit verbod de supllianten
in hunne traficq is treffende maar het doet zich
gevoelen aan de bakkers, en wat meer zegd ook
wel serieuselijk aan de minvermogende classe van
inwoonders want het zal immers geen betoog
behoeven dat een bakker stokende vrijelijk het
zaagsel dat hem een vierde van de waarde van het
hout kost daar door eene aanzienlijke bezuiniging
in zijne materialen betracht en dus minder winst
van zijn bedrijf kan trekken daar hij a contrario
geen zaagsel vermogende te branden, zig weder van
zo veel meerder hout moet voorzien en gevolgelijk de
consumten van het laatste ook sterker wordende
het hout in prijs moet stijgen t welk de
minvermogende t allereerst gevoelen, vermits
het deze classe alleen is die zulk gemeent hout
door de bakkers anders gebruikt) uit hoofde der
geringste prijs moeten branden en soms niet dan bij
enkele bosschen zich kunnen aanschaffen
t gene in een gestrenge of koude winter al een
voornaam bezwaar voor deze minsvermogende classe
van inwoonders uitmaakt.
Het zijn dan de boven geallegueerde motiven
die de supplianten de vrijheid neemen onder
Uwe Edele Gestrenge aandacht te brengen in het volkomenste
vertrouwen dat dezelven met die nauwgezette
onzijdigheid zullen worden onderzocht die aan de
eene zijde het belang, opbeuring en instandhouding
van der supplianten reeds te zeer kwijnende
trafiecquen billijken en aan de andereren kant de
goede politie en waakzaamheid voor de inwoonderen
hare bezittingen vordert; voort reverentelijk
verzoekende dat na behoorlijk onderzoek het
verbod tegens het branden of gebruiken van zaagsel
door de brood en andere bakkers dezer stad en
vrijheid van dien tot het stooken hunner ovens
mag worden ingetrokken en gesteld buiten effect
ofte wel zodanig gealtereerd als Uwe Edele Gestrenge
overeenkomstig hun supplianten belang en eene goede
politie oordelen zult behooren
t welk doende
A. Lankhaar
Louis Robert
Willem van de Star
[onleesbare handtekening]
[onleesbare handtekening]
[onleesbare handtekening]
[onleesbare handtekening]
|
|
 |
|
|
|