Misverstand over hout
Hout is een prachtig product om mee te werken. Elk stuk hout is anders: hout verveelt nooit.
Hout is een product waarbij kennis van zaken belangrijk is. Verschillende houtsoorten hebben verschillende kenmerken. Bij het bouwen van b.v. een molen moet bij elke toepassing de juiste houtsoort gekozen worden. Zo draait de kap van de molen op iepen rollen, eiken rollen zouden veel te snel splijten. Maar hout is ook een moeilijk te begrijpen materiaal.
Houtanatomie en de kennis van wat er zich in houtcellen afspeelt is een vak apart. En zelfs met kennis van houtanatomie is het niet altijd makkelijk om te voorspellen hoe hout zich in de praktijk zal gedragen.
In ons eigen blad van en voor molenaars trof ik een voorbeeld aan hoe hout mis begrepen kan worden, ik citeer: Dat bij hout met grote vaten, zoals eiken, als het erg langzaam groeit, de jaarringen dicht op elkaar zitten. Dat betekent dat de doorsnede van het hout dan voor een groot percentage uit die houtvaten, de gaatjes dus, bestaat, het effect van gatenkaas dus.
en Hoe meer van die rijen met gaatjes, hoe zwakker. Hout dat snel is gegroeid, is dus sterker.
In het vroege voorjaar vormt een eik het zogenaamd voorjaarshout met daarin de vaten voor het transport van vocht. Het voorjaarshout wordt al gevormd voordat de boom blaadjes krijgt. De vaten van een eik zijn relatief groot. Veel groter dan de vaten van b.v. een linde. Maar eikenhout ontleent zn sterkte vooral aan het zomerhout. Daarbij geldt hoe langzamer gegroeid hoe beter het hout. Veluwse eik (langzaam gegroeid op droge, arme grond) was vroeger beroemd vanwege de bijzondere kwaliteit. Op de Ster hebben we de schotels van onze zaagslee uit een Veluwse eik gezaagd.
Vooral beginnende beeldhouwers werken graag met lindehout. Lindehout is, ondanks de kleine vaten, heel zacht en laat zich makkelijk bewerken.
Zaagmolenaars hebben nog het één en ander aan missiewerk te verrichten. Ook onder collega molenaars.
Piet van Os
molenaar
11 juli 2005
|
 |
 |
|
|
|