Nog een vreemde molen
Eind vorig jaar schreef ik over de bijzonder vreemde molen die Cornelis de Bruijn in 1703 zag in de buurt van Veronis. Ik moest daar aan denken toen ik een artikel uit De Ingenieur van maart 1948 onder ogen kreeg. Daarin werd een nieuw ontwerp voor een windmotor beschreven met een verticale as.
De wieken van de traditionele Hollandse molens, en ook die van de moderne windmotoren, zitten aan een horizontale as. Heel ongebruikelijk is een windmolen met de aandrijving op een verticale as. Over de molen met de verticale as schreef Cornelis de Bruin dan ook: '[dat] het maexel [hem] vremt
voorquam'.
In de jaren voor en na de Tweede Wereldoorlog worden er in tal van landen plannen gemaakt voor de opwekking van elektriciteit met windmotoren. Soms met kleine windmotoren zoals bijvoorbeeld in de Verenigde Staten, om op afgelegen boerderijen waar het elektriciteitsnet niet kon komen, toch elektriciteit te hebben. Niet voor zware machines maar wel voor bijvoorbeeld een radio. Soms met grote windmotoren zoals een Duits ontwerp voor een rad met een diameter van 130 meter, geplaatst op een 250 meter hoge toren.
Tot de categorie bijzondere plannen, mogen we het plan voor de windmotor met verticale as rekenen. In plaats van wieken draait er een rotor (d) met schoepen in een verdeelkamer (b). De lucht wordt door de stator (a) met leischoepen naar de schoepen van de rotor geleid. Na de rotor gepasseerd te hebben kan de lucht aan de onderzijde ontwijken. De dynamo's (f) worden aangedreven door de rollen waar de rotor op rust.
Een vreemd 'maaksel' deze verticale windmotor. Net zo vreemd als het 'maexel' van de Serkassischen meester dat Cornelis de Bruijn in 1703 beschreef.
Piet van Os
molenaar
Relevante links
|
|
|