Bijverdiensten
De inkomsten voor molenaars op een zaagmolen waren vroeger niet riant te noemen. Zeker niet gemeten naar de huidige maatstaven. Maar in vergelijking met andere beroepen waren de lonen op de zaagmolens best redelijk. Heel anders was het gesteld met de poldermolens. Daar waren bijverdiensten nodig om het karige bestaan aan te vullen.
De palingvangst kon voor een molenaar een belangrijke aanvulling op het loon zijn. Maar meestal was het voor molenaars verboden om te vissen. Velen lieten zich echter door zo'n verbod niet weerhouden en visten illegaal. De molenaar moest dan soms 's nachts malen. Wanneer hij veel regen verwachtte was dat nodig om de polder op peil te kunnen. Over zijn belangrijkste motief, het 's nachts onopgemerkt paling vangen, hield hij wijselijk z'n mond.
De taak van de molenaars was om het water uit de polder naar de boezem te malen. Het was niet de bedoeling dat hij, stiekem, water uit de boezem de polder in liet stromen. Soms gebeurde dat wel. In het najaar loopt de paling tegen de stroom. Wanneer de molenaar de wachtdeur op een kiertje zet dan stroomt er water de polder in en komt de paling naar de molen toe. Bij de molen heeft de molenaar z'n fuiken klaar staan. Het is een activiteit die het daglicht niet kan verdragen en dus bij voorkeur 's nachts plaats vindt.
De molenaars van De Ster zult U, bij nacht, niet langs de waterkant aantreffen. Wij hoeven 's nachts niet op jacht naar illegale bijverdiensten. Op zaagmolens wordt namelijk best redelijk verdiend.
Piet van Os
|
|
|