'Wind apparatus for generating electricity'
Eerder schreef ik over de experimenten van Paul la Cour in Denemarken. Maar aan de andere kant van de oceaan, in de Verenigde Staten, zat men ook niet stil. Daar werd in 1891 een patent verleend voor een windmolen om stroom mee op te wekken.
James M. Mitchell vroeg in 1890 (en verkreeg in 1891) patent voor een 'wind apparatus for generating electricity and charging secondary batteries'. Ging Paul la Cour uit van een traditionele windmolen, in het ontwerp van Mitchell herkennen we al de moderne windmolen. In een behuizing, draaibaar op een paal geplaatst, bevindt zich de generator (G) welke wordt aangedreven door het wiekenkruis (W). De door windkracht opgewekte stroom wordt naar beneden geleid om opgeslagen te worden in een accu (A). De vaan (V), aan de achterzijde van de behuizing, zorgt ervoor dat molen op de wind blijft gericht blijft.
Mitchell claimt dat z'n uitvinding deels uit nieuwe onderdelen bestaat en deels een (nieuwe) samenvoeging is van reeds bestaande onderdelen. Aan de beschrijving van het wiekenkruis, één zo'n reeds bestaand onderdeel, worden in het patent maar weinig woorden besteed. Het wiekenkruis 'is of familiar form' en vereist 'no further description'. Nieuw is natuurlijk wel het direct koppelen, op één as, van wiekenkruis en generator.
De uitvinder was er van overtuigd dat z'n vinding van grote waarde was. Immers: 'the motive power is without cost and the initial expense is comparatively small'. Maar Mitchell was met die constatering rijkelijk voorbarig. Want nu, ruim honderd jaar later, discussiëren we nog steeds over nut en noodzaak van door windenergie opgewekte stroom.
Piet van Os
molenaar
Relevante links
|
|
|