Knecht
Op de molen worden we, steevast, met 'molenaar' aangesproken. In ons contact, dat we met de eigenaar van de molen hebben, worden we ook al als 'molenaar' omschreven. En één van de voorwaarden in dat contract is dat we in het bezit zijn van het molenaarsdiploma, afgegeven door de Hollandsche Molen.
Er wordt gedaan of we molenaar zijn. Maar dat klopt niet!
In oude teksten kunnen we een zaagmolen soms tegenkomen wanneer er een erfenis verdeeld moeten worden. Of wanneer er, bij testament, vastgelegd wordt aan wie een molen in de toekomst, na het overlijden van de huidige eigenaar, moet worden toebedeeld. Een enkele keer is een huurcontract of een bestek voor een nieuwe molen onderwerp van een oud document. Zelden gaat het echter over het personeel op de zaagmolen. En de enkele keer dat het personeel van een zaagmolen ter sprake komt, gaat het vrijwel altijd over de meesterknecht. Een molenaar ben ik in oude teksten over zaagmolens nog niet tegengekomen.
De dagelijkse leiding op de zaagmolen was door de eigenaar, meestal een houthandelaar, gedelegeerd aan de meesterknecht. De overige leden van de maalploeg (de knechten en de jongens) waren aan hem ondergeschikt.
De huidige, zaterdagse, maalploeg is een extreem 'platte organisatie'. Of anders gezegd een beetje een anarchistische bende. Van hiërarchie is geen sprake. En omdat wij in de maalploeg geen meesterknecht (er)kennen is onze correcte aanspreektitel: knecht.
Piet van Os
|
|
|