Cultureel Netwerk de SterHomeSitemapHerbouwVriendenHistorieBoekingenMolenerfEducatieCultureel programmaBezoekersinformatieNieuws van de molenaarsAdresgegevens Houtzaagmolen De SterHomeVrijwilligersVerhuurActiviteiten

Materialen voor den timmerman;

De schoolschriften uit de nalatenschap van A. Meerbeek.

In een eerder stukje schreef ik over het onderwijs in het vak timmeren op de voormalige ambachtschool aan de Schoolstraat in Utrecht, en dan in het bijzonder over het onderdeel materiaalkennis.

Ik heb besloten om de schriften van Bart Meerbeek uit te gaan schrijven en op de site te plaatsen. Over hout is, zeker antiquarisch, voldoende literatuur te vinden voor wie meer over het onderwerp zou willen weten. De oude schoolschriften lijken niet, bij een eerste beoordeling, in een lacune te voorzien. Bij een nadere beschouwing valt vooral de praktische gerichtheid op. Niet bevreemdend want de oude ambachtschool was natuurlijk een echte beroepsopleiding.

Het is die praktische 'insteek' die de teksten een bijzonder karakter geven. Naast, en dat moet ook opgemerkt worden, de veelheid aan (kleine) feitjes over hout.

De teksten zullen, behoudens tekstuele correcties, onbewerkt geplaatst worden. Mogelijk komt er later nog een bewerkte versie voorzien van commentaar.

Materialen voor den timmerman
Algemeen overzicht
Geschikte tijd voor het vellen der bomen
Bergen en drogen van het hout


Materialen voor den timmerman

Onder de materialen, die door den timmerman, verwerkt en bearbeidt worden, bekleedt het hout de eerste plaats; verschillende verbindingsartikelen zoals: spijkers, schroeven, ankers, lijm enz., worden wel door hem gebruikt tot bevestiging en verbinding, maar niet door hem bewerkt. Talloos velen zijn de boomsoorten die geschikt hout opleveren om bearbeid te worden. Het is een voortreffelijk materiaal, dat zich met behulp van gereedschappen tot veel doeleinden laat verwerken. Het hout is het hoofdbestanddeel van de stam, en is omsloten door de schors. De stam is dat deel van de boom, dat ons in hoofdzaak het bouwmateriaal levert. In het algemeen wordt het in ruwe vorm aan den vakman geleverd onder de naam van rib- , plaat- en deelhout. Wij zullen ons dus in hoofdzaak meer uitgebreid bepalen bij die soorten, welke het meest door hem bearbeid worden.
Materialen voor den timmerman
Algemeen overzicht
Geschikte tijd voor het vellen der bomen
Bergen en drogen van het hout


Algemeen overzicht

Aan elke boom zijn vier hoofddelen te onderscheiden, n.l. de wortels, de stam, de takken en de bladeren.
De bomen groeien doordat de wortels verschillende stoffen uit de grond opzuigen, en deze door de vezels van stam en tak opstijgen naar de bladeren. Hier treedt uit de lucht zuurstof en koolstof toe, en worden deze stoffen omgezet in voedingsstoffen. De voedingstoffen dalen dus uit de bladeren neer tussen het hout en de bast van takken en stammen en vormen daar nieuw hout naar binnen en nieuwe bast naar buiten. Zo verkrijgt het hout ieder jaar een laag; deze zet zich van buiten tegen de oude lagen onmiddellijk onder de schors vast. De binnenste lagen worden langzamerhand vaster doordat ze aanvankelijk veel vochtdelen bezitten, die er uittrekken naarmate de lagen verder in de boom komen.
Zaagt men een stuk van een boomstam af, bijv. van een inheemse soort, schaaft men het kopvlak met een scherpe blokschaaf glad en bezien we het kopvlak, dan merkt men verschillende delen op. Zie plaat 1, fig. : 1
Het inwendige gedeelte (m) noemt men merg of hart, waar omheen zich een aantal ongeveer evenwijdig lopende cirkels bevinden; dit zijn de jaarringen. Deze jaarringen geven een duidelijk beeld van de regelmatige terugkerende groei van de boom. Een eenjarige stammetje bestaat uit een mergkoker waar omheen een houtring en een schorsring. Elk jaar wordt weer een nieuwe laag schors enerzijds afgezet. Elke nieuwe houtlaag vormt een kegel, die de vorige omsluit, zodra de boom weer één jaar ouder is. Wenst men dus de ouderdom van de boom bij benadering te kennen, dan zaagt men deze bij de voet door, waar men het grootst aantal jaarringen vindt. Is de groei van de boom onregelmatig, dan worden meer of minder houtringen in een jaar gevormd.
Een bijzondere afwijking in de bouw van het hout zijn de ,,dubbele jaarringen”. Deze ontstaan wanneer de wassende boom in de eerste tijd van de lentebloei getroffen wordt vorst of brand, of sterk aangetast wordt door de rupsen. Hierdoor verliest hij zijn pas gevormde bladeren terwijl later weer jong groen gevormd wordt, waardoor nieuwe levenssappen toevloeien, die tot verse houtvorming, dus tot een nieuwe ring leiden; daardoor ontstaat dan een tweede ring, vlak tegen de eerste aan, derhalve een dubbele ring vormend.
Ook langdurige droogte in het voorjaar en de voorzomer, waardoor de bladeren verdorren en afvallen, gevolgd door een flinke regenperiode, geeft aanleiding dat de boom opnieuw uitloopt met fris blad en dus weer een tweede onmiddellijk aansluitende jaarring vormt. Vandaar dat men de ouderdom van de boom, bij benadering uit het aantal jaarringen kan bepalen.
Het vlak van een doorgezaagde boom, voor 't eind gezien, wordt kopvlak en het hout kopshout of eindelingshout genoemd. Daartegen spreekt men van langshout, als de houtvezels evenwijdig aan de lengte-as van de boom lopen. Bezien we het kopshout nader, danmerkt men ten eerste in het midden de mergkoker, het hart genoemd, hier omheen het hout, daarna de opperhuid, de bast en de schors. Zie plaat 1, fig. : 2
Naarmate de boom ouder wordt, zal het hout om het hart vaster (rijper) zijn, dit wordt het kernhout genaamd. De buitenste jaarringen van de boom (het hout) bevatten te veel sappen; ze zijn bij vele houtsoorten nog te onrijp en te los om als timmerhout gebruikt te kunnen worden, ze zijn dan zeer vatbaar om tot bederf over te gaan en bekend onder de naam van ,,spint”.
In het algemeen kan men de buitenste 12 à 15 jaarringen van de boom als spint beschouwen, daar deze ongeveer 15 jaar nodig hebben om tot vast hout over te gaan of te rijpen. Bovendien merkt men nog door het hout straalsgewijze strepen op, die spiegeldraden of mergstralen worden genoemd, en gedeeltelijk van de schors naar het hart toelopen. Het kloven van het hout geschiedt het gemakkelijkst volgens deze spiegeldraden. De oorzaak, waardoor de jaarringen bij vele soorten zoo sterk te onderscheiden zijn, ligt hierin, dat de houtvorming in het voorjaar sneller gaat, en dus losser is dan in het najaar. Elk voorjaar zet zich weer een nieuwe laag tegen de oude; dit is dus de jaarring. Dat de afscheidingsringen of najaarslagen vaster zijn dan het daartussen liggende, bespeurt men dadelijk bij het schaven van kopshout; is de schaaf niet beslist scherp, dan blijven juist deze ringen zitten.

Materialen voor den timmerman
Algemeen overzicht
Geschikte tijd voor het vellen der bomen
Bergen en drogen van het hout

Geschikte tijd voor het vellen der bomen

Hoewel het vellen der bomen niet direct onder de werkzaamheden van de timmerman behoort, is het toch goed er even bij stil te staan. Omtrent het tijdstip, waarop de bomen geveld moeten worden, lopen er meningen uiteen, maar toch neemt men vrij algemeen aan,dat het hout, om geschikt te zijn voor timmerhout, in de wintermaanden, en wel november tot het einde van februari, moet worden geveld; het is echter een feit, dat de duur van het timmerhout afhangt van de veltijd in die vier maanden. Proefondervindelijk is gebleken dat het hout, geveld in het laatst van december tot half januari de levenskrachten in de boom aanvangt, [ontbrekend gedeelte?] terwijl zich een nieuwe laag hout en schors van buiten vestigt. In december zullen de sapbuizen het minste sap bevatten. Wordt de boom later in maart of april geveld, en blijft hij enige dagen na het vellen met de takken liggen, dan wordt een groot gedeelte van de in sapvaten zijnde vloeistof door de bladeren uitgedampt, alvorens de gisting der sappen volgt. Op deze wijze wordt de verwoesting van het [hout] wel enigszins verminderd. Toch komen uit dit late vellen weder gewichtige nadelen voort. Het hout verliest door het onttrekken der sappen der sappen het grootste gedeelte van zijn veerkracht en draagvermogen.
Het vellen der bomen geschiedt in de hoofdzaak op drie manieren: ten eerste door de wortels te ontbloten en af te kappen, ten tweede uit de pan hakken [?] boven de grond af te kappen, ten derde door de stam boven de grond door- of af te zagen. Men gebruikt in de laatste tijd ook elektriciteit voor het ,,afsnijden” van bomen.
In Duitsland en ook bij de Nederlandse Heidemaatschappij wordt in vele gevallen de zogenaamde ,,boomrooimachine Stendal” in toepassing gebracht, waarmede men in staat is de stam in ene bepaalde richting te doen vallen. Het werktuig wordt vervaardigd in twee grootten. Elke machine kan door 2 man bediend worden.
De gevelde stammen worden, na van takken ontdaan te zijn, voor zover zij niet tot masten, heipalen, enz. gebruikt worden, veelal in de bossen vierkant behakt of beslagen, ten eerste om het opdrogen te bevorderen, ten tweede om het vervoeren gemakkelijk te maken.
Het bewerken der gevelde bomen geschiedt in Rusland op ene bijzondere wijze; de houthakker bezit daar te land [e]en grote handigheid in het hanteren van de bijl; hij bewerkt daarmede de boomstammen zowel in de lengte als in de dikte, waardoor klossen ontstaan, die later voornamelijk als dwarsliggers worden gebruikt, en hoofdzakelijk naar Duitsland, Nederland en engeland worden uitgevoerd.
Men kan de rivieren, van belang voor het houtvervoer, als volgt indelen; ten eerste die in de Witte Zee, ten tweede die in de Zwarte Zee, ten derde die in de Oostzee uitmonden. Het vervoer van de stammen geschiedt doorgaans tot aan de rivieren met wagens, in bergachtige streken laat men ze veelal door daartoe ingerichte goten of banen van de hoogte glijden. In de rivieren worden de stammen tot vlotten verenigd, om zodoende de rivier afwaarts te worden vervoerd. Noors vuren- en grenenhout wordt over de meren gevlot tot aan de havens en wordt vandaar in schepen over zee aangevoerd.
Ter bevordering van de duurzaamheid van het hout worden de boomstammen ook na het vellen enigen tijd in het water gelegd om uit te logen, d.w.z. de sappen in het hout aanwezig, te verdunnen en uit te drijven. Het is veelal gebruikelijk dat de bomen in stromend water worden gelegd met de worteleinden tegen den stroom in.

Materialen voor den timmerman
Algemeen overzicht
Geschikte tijd voor het vellen der bomen
Bergen en drogen van het hout

Bergen en drogen van het hout

Het is van groot belang hieraan grote zorg te beteden; dat voorkomt veel bederf en gebreken. De gevelde stammen, die nog enige tijd in de bossen blijven liggen, worden, om niet onmiddellijk met de grond in aanraking te komen, op andere stukken, zgn. kolders, gerold. Zie plaat 1. Fig. 3.
Zijn de stammen beslagen en moeten zij nog korte tijd blijven liggen, dan is het beslist nodig deze af te dekken ter beveiliging tegen de zonnestralen; dit zal het scheuren voorkomen. Dunne sparren, die gebruikt worden voor ladderbomen, vlaggestokken, vaarstokken enz. worden op de houtwerf niet opgestapeld maar overeind geplaatst en vastgesjord; dit voorkomt het kromtrekken en bespoedigt, doordat de wind er doorblaast, het drogen, terwijl voor het regenwater alles in zijn geheel van boven wordt afgedekt.
Het behoeft geen betoog, dat timmerhout, droog zijnde, verre te verkiezen is boven datgene, dat vers gezaagd is. Het timmerhout wordt dus, nadat het gezaagd is, gedroogd; hieraan behoort veel, zeer veel zorg besteed te worden. Men voorkomt hierdoor zoveel mogelijk het scheuren, scheluw en kromtrekken en verstikken.
Het drogen kan plaats hebben langs natuurlijke en kunstmatige weg. Wat het eerste betreft wordt het hout, dat in het najaar gezaagd is, gedurende de winter op latten aan stapels gelegd en doelmatig afgedekt. Tussen de ruimte kan de lucht doorspelen, en daar deze in de winter minder droog is , zal het niet zo spoedig scheuren.
Vooral voor zwaardere stukken is met deze wijze van drogen veel tijd gemoeid, en , daar er een aanzienlijk renteverlies aan verbonden is en de houthandelaars voor dergelijk gedroogd hout niet een evenredig hogeren prijs kunnen bedingen, wordt het hout in het algemeen te nat verwerkt.
Het drogen van grenen- en vurenhout is in ± 10 maanden zoverre gevorderd, dat het van de stapellatten genomen en opgestapeld kan worden. Het is echter verstandig, om het blauw worden en verkleuren tegen te gaan, het hout van tijd tot tijd te verstapelen, en zo nodig, nog meer aan de lucht bloot te stellen. Is het hout, op deze wijze, behandeld dan noemt men het ,,winddroog”; wordt dan in open doch overdekte loodsen opgestapeld en in de handel gebracht.
Nog zij opgemerkt, dat deze stapels niet direct op vochtige grond, maar op liggers of ribben komen te liggen. Dit voorkomt verstikking. Hoewel het hout winddroog in de handel komt, is het nog niet voor alle timmerwerk te gebruiken. Vooral voor fijn timmerwerk, zoals verschillende binnenbetimmeringen, ramen, voordeuren, enz., is het beslist nodig, om het z.g. werken te voorkomen, dat het ,,indroog” is. Het is goed dat men, nadat alle onderdelen van een te maken voorwerp uitgezaagd zijn, voor het klaargemaakt wordt, nog eens uit laat werken. Plaatst men de stukken in de zon, dan zet men de ronde kant voor, om het scheuren te voorkomen; vooral bij ribhout is dat nodig.
Voorts herinneren wij er nog aan, hoe zware balken om het scheuren te voorkomen, en het regelmatig krimpen te bevorderen, in de lengterichting worden doorboort (zie plaat2. Fig. 2.), dit kan evenzeer, met het oog op het drogen van trappalen, kolommen enz., ten zeerste worden aanbevolen.
Deze natuurlijke wijze van drogen, is echter kostbaar wat arbeidsloon betreft, daarom heeft men vooral op grote timmerfabrieken doelmatige inrichtingen uitgedacht om het hout kunstmatig te drogen, z.g. ,,droogstoven”. Dit zijn afgesloten lokalen, die van onderen door een buizennet van pijpen worden verwarmd. Het hout wordt hierin op latjes gelegd, liefst op de te gebruiken lengten afgekort en verwarmd.
Op deze wijze gedroogd zal het nagenoeg niet scheuren, terwijl in een goed ingerichte droogstoof het grenen- en vurenhout in 4 dagen, en het eikenhout in 8 à 10 dagen 40% van zijn gewicht verliest zonder in weerstandsvermogen achteruit te gaan. Voor zover het te doen is om kleinere stukken hout, die men volkomen krimpvrij tracht te maken, gaat aan het kunstmatig drogen somtijds een bijzondere behandeling vooraf, bestaande in het koken in water of waterige oplossingen, uitstomen, enz. In sommige gevallen geschiedt dit ook om aan het hout tijdelijk een bijzondere buigzaamheid te verlenen, vooral voor meubelwerk; speciaal geschiedt dit met het beukenhout bij de z.g. Wenermeubelen; en in de rijtuigmakerij met het iepenhout.
Zagen we reeds, dat men om het hout beslist droog, indroog te maken de z.g. droogkamers in toepassing brengt, evenzo heeft men ook middelen om het hout buigzaam, ja zelfs geheel week te maken, zodat het voor veel doeleinden kan worden gebruikt. Gewoonlijk wordt die buigzaamheid verkregen, door het hout aan stoombewerking bloot te stellen; enigen tijd in de vochtige damp geplaatst, begint het lenig te worden. Vooral beuken en in het bijzonder rood beukenhout heeft die eigenschap. Vandaar dat men in Oostenrijk in hoofdzaak de z.g. Wenermeubelen van rood beukenhout vervaardigt. Wanneer men het hout echter voor die bewerking 24 uur in een oplossing van verdunt zoutzuur brengt (1 deel zoutzuur tegen 3 delen water), en het daarna uitstoomt, dan wordt de buigzaamheid des te groter. Enkele soorten worden zelfs zo week, dat het in vormen geperst kan worden.

Materialen voor den timmerman
Algemeen overzicht
Geschikte tijd voor het vellen der bomen
Bergen en drogen van het hout

Piet van Os

26 oktober 2009

Vorige column Volgende column Overzicht columns

Schrift van A. Meerbeek

Van de molenaars

Topless
Houttransporten
Gebreken
Pasen
Hout werkt

intro over het Molenerf
jaarverslag 08 |
07 |06 |05 |04 |03 |02
archief van de molenaars 2010
2009 | 2008 | 2007 | 2006 |
2005 | 2004 | 2003